VEERTIG GEZONDE DAGEN (SPOILER: DIT IS EEN LEUGEN)

Veertig dagen zonder twijfel. In mijn hoofd waren dat frisse prachtige pre-lentedagen. Want dan ben ik op mijn best. Ik kom uit het diepe, depressieve hol van de winter gekropen en ik heb het gevoel dat ik opnieuw mezelf word. Tot ik plots ziek word. WAT?! Not cool, lichaam, not cool.

Iedereen weet dat ziek zijn ervoor zorgt dat je veel (te veel) tijd hebt om over vanalles na te denken. Dat is waar. Ik kan dat vandaag opnieuw bevestigen. Ik heb ons huis al drie keer anders ingericht in mijn hoofd, al twee keer mentaal gestofzuigd (hoe goed zou het zijn als mentaal stofzuigen hetzelfde was als echt stofzuigen?), ik heb de helft van mijn kleren virtueel weggegooid én ik heb nagedacht over twijfelen.
Bij mij, dat heb ik deze week vastgesteld, hangen bepaalde twijfels vast aan bepaalde fases van het ziek zijn. Een PATROON, als het ware.

Fase 1: Ik heb het gevoel dat ik ziek aan het worden ben. Dit gevoel gaat gepaard met extreem veel twijfels. Ben ik wel echt ziek aan het worden? Wat voel ik precies? Ben ik misselijk of hou ik plots gewoon niet meer van frietjes? Is het hier nu niet HEEL warm? Dat evolueert stilaan richting: ga ik wel kunnen gaan werken vandaag? Op dit soort gedachten kan ik mijn klok gelijk zetten: ze komen altijd op  het moment dat het licht begint te worden na een nacht die ik voornamelijk wakker in de badkamer, ok, ik zeg het zoals het is, op/rond/naast de wc heb doorgebracht. Veel twijfels. Is dit erg genoeg om niet te gaan werken? Gaat dit vandaag nog beter worden? Dit is een fase waarin ik constant inschattingen over mezelf moet maken en dat nét wanneer ik totaal vervreemd ben van mijn eigen lichaam. Het doet constant dingen die ik niet wil en die het anders niet doet.

 

Fase 2: Erkenning van het feit: IK. BEN. ZIEK. Dit is een korte fase van berusting. Ik ben ziek. Ik kan niet gaan werken. Ik maak een afspraak met de dokter. Ik bel de baas. Ik meld het aan mijn lief: ‘ik ben ziek’. Waarop die zegt: ‘dat was wel al duidelijk’. Ik kruip terug in mijn bed en ik slaap. Nul twijfels. Alles is duidelijk.

 

Fase 3: Ik word wakker en voel mij miserabeler dan ooit. Dit gaat zo door. Ik wandel als een lijkje tussen de badkamer, de zetel en het bed. (IK WAS ECHT EEN LIJK, SERIEUS). Ik begin te twijfelen aan alles. Op zo’n extreem dramatische manier dat ik achteraf gezien echt op geen enkele manier respect kan hebben voor mijn zieke ik. Twijfels: ga ik OOIT nog wel beter worden? Zou het ZO voelen wanneer je een extreem ernstige en levensbedreigende ziekte hebt? Zou dit niet iets VEEL ERGERS zijn dan buikgriep? Tussen het ijlen door lees ik een artikel over iemand die maag- en rugpijn had en die  pancreaskanker bleek te hebben. Op een bepaald punt weet ik gewoon dat het erg waarschijnlijk is dat ik dat ook heb. Nee, ik ben er niet trots op.

 

Fase 4: Ik stop met vechten tegen alles. Het ziek zijn heeft gewonnen. Ik sleep mezelf van wc naar mijn bed en naar de triljoenste aflevering van Modern Family: ik denk niet meer na. Ik doe gewoon wat mijn lichaam zegt. Ik ben ‘in the zone’ van de ziekte, geen twijfels daar.

 

Fase 5: Ik ontwaak als een herboren mens. Ok, een zwak, hijgerig, labiel hoopje mens weliswaar. Maar wel herboren! De wereld is gedeeltelijk weer van mij. Ik zie de zon schijnen en ik word er blij van.

Ik denk: zou ik misschien straks eens iets eten? En wàt dan? (Dan weet je dat een Theunynck aan de beterhand is, wanneer hij/zij weer begint te denken aan wat er wanneer gegeten kan worden en hoe lekker dat wel niet gaat zijn).

Ik denk: als de zon schijnt, dan zou ik beter een was insteken, dan kan ik die buiten aan de draad hangen en dan gaat die rap droog zijn, waarom hebben we anders een wasdraad buiten?

Ik denk: als ik mij straks nog even goed voel, dan kan ik misschien stappen naar de post en dat pakje gaan halen dat daar al een week ligt te wachten, omdat die NOOIT open zijn, wanneer ik normaal kan.

Ik denk: ik kan misschien zelfs efkes naar de groentewinkel gaan en een avocado kopen, want ik heb het gevoel dat ik straks misschien wel zin heb in avocado.

Plots zie ik ook die hoop was (lag die er al heel de tijd?). Ik zie een vuile vloer, stof op de kasten en een badkamer, die wel eens gepoetst zou mogen worden, duuh. ‘Maar je bent ziehiehiek’ en ‘wat met die laatste twintig afleveringen van Modern Family?’, denkt een ander deel van mijn brein. Ik ben in dubio. Ik weet nu ook officieel dat ik beter aan het worden ben, anders zou ik al deze twijfels en gedachten niet hebben. Ik heb toch geen pancreaskanker. Hoera! Maar omdat ik mij beter voel, MOET ik plots ook vanalles van mezelf. Nuttige dingen. Die ik TOCH KAN DOEN, OMDAT IK THUIS BEN.

 

Dus kom ik van de zetel, ik verzamel de was en wandel ermee naar de machine. Tegen dat ik daar ben, moet ik gaan zitten (gelukkig hebben wij een stoel naast de wasmachine, vraag me niet hoe die daar is geraakt). Ik steek de was in de machine. Tegen dat de was in de machine zit, moet ik terug gaan zitten. Tegen dat ik opnieuw aan de zetel ben, val ik bijna in slaap. PROBLEEM VANZELF OPGELOST. De rest van de dag spendeer ik dan toch maar aan ‘gewoon’ ziek zijn.

 

Fase 6: Ik ben beter. Ik heb ondertussen een takenlijst in mijn hoofd, die ik tijdens mijn meer heldere uren op de zetel heb samengesteld. Ik wil terug werken. Ik wil terug buiten komen. Ik wil ALLES. Alle twijfels zijn weg. Deze ziekte heeft mij getransformeerd. Ik ben een daadkrachtiger persoon.

En dan toch nog, die ene kleine kutgedachte: dat ik echt geen flauw idee heb van hoe ik ooit ziek zijn ga combineren met kinderen. Hoe doen andere mensen dat? Twijfel. Twijfel. Twijfel.

eacties

  1. Ik wil wel komen stofzuigen (echt!) en dan al dat stof in uw hoofd blazen (moest dat kunnen!?) zodat ge te heerlijk beneveld zijt om al die twijfels te twijfelen.. Kus.

    • Haha. Ik denk dat het ons vandaag gaat lukken. Nu ik eten binnenhoud en het weer slecht is: VANDAAG IS DE DAG.

Laat een reactie achter bij sara Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*
Website